Ontspullen kun je leren

Ontspullen kun je leren

opgeruimd huis

Opruimen, declutteren, ontspullen: ironisch genoeg verschijnen hier  veel boeken over. Waarom hebben we hier nu zo’n behoefte aan? Plus gouden tips van echte organizers.

Foto Ellen Mandemakers

Sinds een paar jaar geleden de eerste opruimcelebrity van de wereld is opgestaan, de Japanse Marie Kondo, is de strijd tegen rommel en spullen in huis steeds grimmiger aan het worden. Door opmars van het minimalisme, de ‘tiny-house’-movement, de strijd tegen het plastic in de wereld, in combinatie met de enorme opmars van de goedkope-spullenketens als Action, Flying Tiger en de Primark, zijn we in een constante spullenspagaat beland. Aaf Brandt Corstius had het in 2016 zelfs over een spullenpiek: ‘Als de hele wereld boeken koopt van een Japanse vrouw die propageert dat je bijna al je spullen moet weggooien, dan hebben we wellicht te veel spullen. En dat is dus de spullenpiek.’

Er zijn mensen die zich niks aantrekken van de huisopruimers van deze wereld. En zelfs een beetje bozig van worden van de opruimdrift die door de westerse wereld trekt. Vorig jaar schrijft de Britse Chelsea Fagan een heel opgewonden stuk in The Guardian hoe luxe en arrogant dit ‘declutteren’ en streven naar minimalisme wel niet is. Zo van: kijk ons eens superieur doen met weinig spullen, maar dan wel aan een designtafel van 8000 euro.

Ook journaliste Stefanie Bottelier heeft er niks mee, schrijft ze inVolkskrant Magazine: ‘Opruimbekeerlingen reppen vaak over wat voor feest van rust en overzicht het is om te wonen in zo’n oase van minimalisme, gevuld met een paar streng geselecteerde joy sparkende elementen. Dit klinkt mij nou juist verre van feestelijk in de oren. En: ‘Natuurlijk laat ik de bloemetjesjurk van mijn zestien jaar geleden overleden oma niet dagelijks door mijn handen glijden. Nooit zelfs: hij ligt al jaren in een plastic tas achterin een kast en doet daar niemand kwaad. Er mag in dit leven, en in een kast, toch wel een klein beetje ruimte zijn voor sentiment? En nee, een foto op je iPhone van de betreffende kinderkunst of omajurk is niet hetzelfde, dus laat die tip maar zitten.’

Oké, we willen ook geen Japans strak en leeg huis, maar een beetje meer orde in de kasten kan geen kwaad. Hoe pakken we het aan en houden we het vervolgens netjes? Rick van Baaren, hoogleraar gedragsverandering aan de Radboud Universiteit in Nijmegen zegt: ‘De vraag is vooral: hoe zwaar ingesleten is het patroon dat je wilt veranderen?’ Want een nieuwe gewoonte moet een automatisme worden, legt van Baaren uit in een stuk van Ianthe Sahadat. De mens is een gewoontedier. Als een gewoonte eenmaal is ontstaan, spelen de hersenen nauwelijks meer een rol bij beslissingen op dat terrein. Kleine stapjes zijn goed, maar elke activiteit moet iets positiefs oproepen, volgens de hoogleraar. ‘Je moet ervan genieten, of in elk geval trots zijn op je kleine daad. Als het alleen maar een kwelling is, zal je brein er alles aan doen om het af te stoten als gewoonte.’ Evalueer elke handeling naderhand, is zijn advies.

Verpakkingen zoveel mogelijk weggooien, tipt Geerte Bijvoet van ‘Tante Sjaan Pakt Het Aan’ Foto Geerte Bijvoet

OPRUIMTIPS VAN TANTE SJAAN

Dan is het nu tijd voor het echte werk. Uit het woud van organizers en opruimcoaches kozen we de service met de veelbelovende naam Tante Sjaan Pakt het Aan van Geerte Bijvoet. Ze helpt mensen met opruimen en verhuizen. Dit zijn haar belangrijkste tips om mee te starten:

1. Weg met verpakkingsmateriaal 

Verpakkingen weg doen, want: je moet weten wat je hebt. Dat is een terugkerend thema in het opruimwerk van Geerte. ‘Veel mensen weten echt niet wat ze hebben. Dus pleisters, niet allemaal in een doosje laten zitten, want dan weet je tenminste of je nog genoeg hebt voor de eerste calamiteit. Als ik ga opruimen bij mensen, heb ik minstens drie vuilniszakken met verpakkingen. Wanneer ik mensen help met de keuken uitmesten, dan begin ik met de verpakkingen van de voorraadkasten. We rijden samen naar Ikea en kopen daar heel veel doorzichtige voorraadpotten, dan zie je wat je hebt. En voordat dat je dan boodschappen gaat doen, zie je in een oogopslag dat je niet het vierde pak zilvervliesrijst hoeft mee te nemen.’

2. Maak een mini-verzameling

Bij herinneringen aan dierbaren of speciale gelegenheden tipt Geerte: bewaar één ding en dus niet alles. En als je dat niet kan: maak er een heel mooi kistje met een mini-verzameling van. Dus een stukje stof van de favoriete jas van je moeder/oma en niet al haar shawltjes, maar de mooiste. Of maak er een mooi hoekje van. Maar dóe er wat mee. Denk niet, dat doe ik later wel, laat alles door je handen gaan. Een slordig huis is een opeenstapeling van uitstelgedrag.

3. Neem het serieus

‘Denk ook: opruimen is ook een vak. Ik ga het serieus aanpakken, investeer er eens echt tijd in. En die ruimte die je dan voor je zelf maakt, die is zo fijn, dan ga je het vanzelf bijhouden. O ja, en ik waarschuw halverwege vast even: al mijn tips, die onthoud je natuurlijk niet allemaal. Geeft niks, maar toch weer een paar en daar heb je dan ook echt iets aan. Zoals deze: ik zie bij mensen altijd echt veel kookboeken staan. Maar hoe vaak kook je daar nu uit? Ik scheur mijn favoriete bladzijden gewoon uit het boek.’

4. Haken aan de muur 

‘In het kader van ‘zien wat je hebt’, ben ik ook een groot voorstander van haken aan de muur. Dan ligt er ook niet zoveel op de vloer en in lades gepropt, zoals petten, kettingen en shawls. Het voorkomt dat je alles weer in kasten gaat stoppen en je niet ziet wat je hebt. Gun jezelf de ruimte.’

5. Functionele rommel bestaat 

‘Ook ik heb een rommella. Want waar laat je anders dat nippeltje van de racefiets of die zakjes bij een bos bloemen. Maar daar zeg ik wel bij: in die la zitten ook alleen maar dingen die ik elke maand gebruik. Dus ook over mijn rommella is nagedacht. Ik ben secuur in mijn rommel. En ja, ook ik heb een hoek in huis waar het er niet helemaal spic en span uitziet. Maar dan houd ik de rest van het huis weer strakker, cluster je functionele rommel.’ Het scheelt ook een hoop stress als je alles gewoon kunt vinden in huis. ‘Bij mij in huis was er altijd stress om sleutels, maar nu gelukkig niet meer. Kort geleden waren het nog de opladers van de telefoons van de verschillende gezinsleden. Maar daar plak ik nu etiketten met namen omheen.’

Nog even over Marie Kondo dan. De opruimtactieken van de vreemde Japanse dame die kamerplanten aait en shampooflessen afdroogt, zijn wereldberoemd. En waarschijnlijk niet helemaal voor niks. Dus vroegen we tips bij Maaike van Lessons in Harmony, de eerste Marie Kondo-gecertificeerde opruimcoach. Wat zijn haar tips?

1. ‘Volgens de Kondo-methode moet je voor een opruimsessie, je eerst voor de geest halen wat je wilt bereiken. Visualiseer je ideale omgeving. Als je goed in tekenen bent maak je een schets, je kunt ook een moodboard maken’

2. Niet per kamer of plek opruimen, maar per categorie. En volgens Marie Kondo begin je dan met je kleding want daar ben je het minst aan gehecht. En dan alleen kleding houden waar je echt blij van wordt.

3. Dan start je met de ‘papieren’. Van administratie worden weinig mensen blij, en veel kan je ook helemaal niet weggooien, maar Maaike doelt op bonnetjes van dingen die je toch niet meer kan ruilen of gebruiksaanwijzingen van apparaten die het huis al lang uit zijn.

4. Dan begin je met boeken.

5. Vervolgens de categorie ‘allerlei’. En deel dat ook weer in per ‘soort’. Dus niet: ‘alle gereedschap in de schuur’, maar begin met het sorteren van schroeven en spijkers. Vervolgens in huis alles per hobby, sport, muziek of welke categorie dan ook.

6. En dan de laatste categorie: ‘vroeger’: foto’s, knuffels van vroeger, speelgoed, knutselwerken. Volgens Maaike ben je tegen die tijd al goed in bepalen van je nog wilt bewaren.

En het maakt niet uit hoe lang je over deze stappen doet. Maar je moet elke stap echt helemaal afmaken. Op het laatst is ‘je visie op spullen’ veranderd. En daardoor koop je ook weer anders en spoelt er minder rommel in je huis aan. Als je echt heel erg twijfelt of je iets wilt bewaren? Maaike smokkelt hier een beetje met Konmari-methode. Ze zegt: ‘Doe alle twijfelgevallen in een doos’. Kijk er na twee maanden weer naar en geef of gooi de dingen weg waar je echt niks mee gedaan hebt.

Tot slot: leg je huisgenoten niks op. Focus op je eigen spullen. De ervaring leert als steeds meer dingen een eigen plek hebben, huisgenoten daar ook gebruik van gaan maken. Helemaal als die plekken niet helemaal volgestouwd staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *